De International Telecommunication Union (ITU) heeft een nieuwe editie uitgebracht van het gratis Handbook on Amateur and Amateur-Satellite Services. Het handboek geeft een overzicht van de uiteenlopende aspecten van amateurradio. In het Engelstalige handboek komen frequentiebanden, technieken en vergunningen aan bod, maar er is ook aandacht voor internationale regelgeving, noodcommunicatie en de ontwikkeling van amateursatellieten.
De editie van 2026 telt 44 pagina’s en kan gratis worden gedownload.
Lange historie
Het handboek begint met de geschiedenis en positie van de amateurradio. Amateurradio bestond al voordat internationale regelgeving voor radiocommunicatie werd ingevoerd. Het werd in 1927 voor het eerst officieel omschreven in het Internationale Radiotelegraafverdrag.
Volgens de ITU hebben radioamateurs door de jaren heen belangrijke bijdragen geleverd aan de ontwikkeling van de techniek. Onder meer door onderzoek naar radiopropagatie, antenneontwerp, enkelzijbandmodulatie, digitale communicatie, packet radio, satellietcommunicatie en software defined radio (SDR).
Vergunningen en internationale erkenning
Een belangrijk onderdeel van het handboek gaat over vergunningen en de kennis waarover radioamateurs moeten beschikken.
De ITU beschrijft verschillende vergunningstelsels en vormen van internationale erkenning. Voor Europese radioamateurs zijn vooral de regelingen van de CEPT van belang.
Overzicht van de amateurbanden
Een deel van het boek bestaat uit tabellen met amateurbanden en hun typische toepassingen. Per band wordt kort beschreven voor welke verbindingen en experimenten deze doorgaans wordt gebruikt. Zo noemt de ITU de 20-meterband de populairste band voor internationaal radioverkeer. De 2-meterband wordt veel gebruikt voor lokale verbindingen en repeaters, maar ook voor EME, meteorscatter, troposferische propagatie en satellietcommunicatie.
Het handboek benadrukt dat de internationale frequentietoewijzingen niet automatisch gelijk zijn aan de frequenties die in ieder land mogen worden gebruikt. Uiteindelijk zijn de nationale voorschriften bepalend. De bandplannen van de IARU geven daarnaast aan hoe radioamateurs de beschikbare ruimte vrijwillig onder elkaar verdelen om onderlinge storing te beperken.
Van morse en FT8 tot digitale spraak
De publicatie geeft een opvallend breed overzicht van technieken die binnen de amateurradiodienst worden gebruikt. Klassieke telegrafie met morsecode krijgt nog steeds een plaats, naast RTTY, PSK31, PACTOR en packet radio.
Ook moderne toepassingen en digitale technieken worden uitgebreid genoemd.
Belangrijke rol bij noodcommunicatie
De ITU besteedt veel aandacht aan de rol van radioamateurs tijdens rampen en andere noodsituaties. Amateurstations kunnen onafhankelijk functioneren van het telefoonnetwerk, internet en de reguliere elektriciteitsvoorziening. Daardoor kunnen radioamateurs vooral in de eerste uren of dagen na een ramp een belangrijke aanvullende verbinding verzorgen.
Ook moderne datanetwerken zoals AREDN en HAMNET worden beschreven. Daarmee kunnen radioamateurs onafhankelijke IP-netwerken opbouwen voor onder meer e-mail, telefonie, camerabeelden en digitale spraakverbindingen.
Ruimte voor radiosport en experimenten
Amateurradio draait volgens de ITU niet alleen om het maken van verbindingen. Contesting, diploma’s, DXpedities, amateur radio direction finding en hogesnelheidstelegrafie behoren eveneens tot de internationale amateurradiocultuur.
Bekende activiteiten zoals SOTA, POTA, IOTA, JOTA en YOTA worden in het handboek afzonderlijk genoemd. Vooral de aandacht voor jongeren is belangrijk. Deelname aan amateurradio kan belangstelling wekken voor techniek en bijdragen aan een latere opleiding of loopbaan in radiocommunicatie, elektronica en ruimtevaart.
Experimenten met antennes, propagatie, digitale signaalverwerking en nieuwe communicatieprotocollen vormen eveneens een belangrijk thema. De ITU noemt onder andere het Reverse Beacon Network, PSK Reporter, WSPRnet en het wereldwijde netwerk van propagatiebakens.
Amateursatellieten sinds 1961
Een afzonderlijk hoofdstuk is gewijd aan de amateur-satellietdienst. Die geschiedenis begon in 1961 met de lancering van OSCAR 1. Sindsdien zijn veel satellieten gebouwd door radioamateurs, universiteiten en onderwijsinstellingen.
De meeste amateursatellieten bevinden zich in een lage baan om de aarde. Ze beschikken vaak over een crossband-FM-repeater, een lineaire transponder of een digipeater voor packet radio en APRS.
Vooral een waardevol naslagwerk
Het ITU-handboek is geen praktische handleiding. Het is vooral een internationaal naslagwerk dat laat zien hoe breed en veelzijdig amateurradio inmiddels is geworden. De publicatie is interessant voor zowel beginnende als ervaren radioamateurs.
Het Engelstalige Handbook on Amateur and Amateur-Satellite Services – Edition of 2026 kan gratis als PDF worden gedownload:

