Home » Iambic keying

Iambic keying

iambic-keyer

In bladen en handleidingen wordt regelmatig de term iambic keying gebruikt. Dat het hierbij om morse gaat, is meestal wel duidelijk. Maar wat betekent deze term nu precies? En wat is het verschil tussen mode A en mode B?

Hoe werkt iambic keying?

Bij iambic keying gebruik je een seinsleutel met twee peddels, die worden bediend met de duim en wijsvinger. De ene peddel genereert punten (dits) en de andere peddel strepen (dahs).
Door één peddel in te drukken seint de keyer automatisch een reeks punten of strepen. Wanneer beide peddels tegelijk worden ingedrukt, genereert de keyer een afwisselend patroon van punten en strepen.

Een belangrijk voordeel van iambic keying is dat de punt-streepverhouding volledig door de transceiver wordt bepaald waar de keyer op is aangesloten. Dit resulteert in een perfect en constant seinsignaal, waarbij de streep driemaal zolang duurt als de punt. Daarnaast is de fysieke belasting voor hand en arm aanzienlijk kleiner dan bij een traditionele straight-key (op-en-neer seinsleutel).

Mode A en mode B: wat is het verschil?

Bij een iambic keyer bepaalt de gekozen mode (A of B) wat er gebeurt nadat je beide peddels loslaat. Als je voor Mode A kiest, dan stopt het seinen direct na het huidige teken (punt of streep). Bij Mode B wordt na het loslaten van de peddels nog één extra element uitgezonden. Dat is het element dat in de afwisselende reeks als volgende aan de beurt zou zijn geweest. Het verschil tussen mode A en mode B wordt vooral duidelijk bij tekens zoals C, Q, Y, F, R, L, K en bij prosigns zoals AR, SK en KA.

Veel zendamateurs geven bij hogere seinsnelheden (boven ongeveer 20 WPM) de voorkeur aan mode B, omdat dit vloeiender werkt en minder timing-precisie van de operator vraagt. Uiteindelijk blijft het echter een kwestie van persoonlijke voorkeur.

Deze tekst is gebaseerd op een artikel van Kees de Wit (PA5WT) dat is gepubliceerd in RCKML Magazine van december 2025.